| Ing. H.C. Polak
ms
Hudson

XXX
CQ DE …………
(xxx
is een spoedsein; cq
betekent: aan allen; de=van)
Mijn laatste
reis heb ik gemaakt op de sleepboot 'Hudson'. Dit was
-op een bijzonder schip- mijn leukste reis. Al mijn reizen
maakte ik op passagierschepen met alle luxe die je kon bedenken. Het
ene schip was nog mooier dan het andere. Ze behoorden tot de
K.J.C.P.L. Na mijn twee jaar Verre Oosten, werd ik
-na verlof- op schepen van de My. Nederland geplaatst. Ook
daar weer alle luxe.
Tenslotte
de sleepboot 'Hudson'/PEUJ.
Je kan wel zeggen, dat het een enorme
overgang was, van passagierschepen naar een sleepboot. Wat de
gezelligheid betreft wint de sleepvaart het. De kapitein, Kalkman,
toen 27 jaar oud, de eerste stuurman 23 jaar oud, de sparks 26 jaar.
De enige even boven de 50 jaar, was de hoofdwerktuigkundige. Het zou
maar een korte reis worden, van Maassluis naar Liverpool om een
graanelevator op te halen.
Het werd voor
mij een onvergetelijke reis. Jammer genoeg was ik in deze de
hoofdpersoon. Je zou bijna zeggen: "Eigen roem s…….".
De
avond voor vertrek –in september 1956- reisde ik van Den Helder,
waar ik toen woonde, naar Maassluis. Het weer was uitermate slecht,
stormachtige wind en fikse buien. Ik kwam in het donker in Maassluis
aan. Bij het schip aangekomen, was alles pikdonker, geen sterveling
aan boord. Gelukkig kon ik de wachtsman vinden, die er voor zorgde,
dat ik aan boord kon. In mijn hut aangekomen vond ik alles even
kaal. Geen opgemaakte kooi, geen handdoeken en bovendien was het er
kil en vochtig. Het enige wat ik kon doen, was op mijn kooi gaan
liggen en slapen. Ik werd om 7 uur wakker door stemmen. De bemanning
kwam aan boord en daarmee leven in de brouwerij.
In de messroom stond het ontbijt klaar en daar ontmoette ik de
equipage en maakten we kennis met elkaar.
Om tien uur werd losgegooid en voeren we naar de
boei om de kompassen te kalibreren. Zo tegen 13 uur werd
koers gezet naar Hoek van Holland. Gezien het feit, dat het alweer
etenstijd was ging ik naar de mess, waar een heerlijke snert met
drijfijs werd opgediend. Ik kon er niet genoeg van krijgen, maar na
het derde bord moest ik het voor gezien houden. Intussen kwamen we
tussen de pieren van de Hoek en kon al enige zeegang worden gevoeld.
Net buiten de pieren ging het mis. De wind was intussen aangewakkerd
tot een 7á 8. Nog voor we evenwel goed
buitengaats waren hing ik al over de railing en weg was de snert. Op
geen enkel schip was ik ooit zeeziek geweest. Van ellende ging ik
maar naar mijn kooi om de zaak even rust te gunnen. Ik dacht, laat
ik nu maar frisse lucht naar binnen laten komen, dat helpt. Dus
maakte ik de knevels van de patrijspoort boven mijn kooi los en… de
poort sprong gelijk open en meteen golfde er een halve Noordzee naar
binnen. Het water stond meteen een centimeter of 3 in mijn hut. Nog
nooit werd een poort zo snel vergrendeld. Op al mijn vorige schepen
was ik gewend aan ramen, die zich 24 meter boven de zeespiegel
bevonden. Op dit schip lag de poort bijna op de waterlijn. Gelukkig
hielp de bediende van de messroom de hut droog te soppen. Mijn
matras werd geruild en beetje bij beetje werd de hut weer normaal
bewoonbaar. Ben toen toch nog maar even gaan
liggen. Om een uur of zeven kam de kapitein me wakker maken.
Hij moest nodig bellen met Maassluis.
Ik
zei hem nog, dat hij me gerust eerder had kunnen laten roepen, maar
dat had hij niet nodig gevonden. Hij kreeg Maassluis via PCH (Scheveningenradio)
vrij snel aan de lijn. Het gesprek duurde ook niet lang en ik was
blij met de gedachte weer naar kooi te kunnen.
Gedurende de verbinding met PCH had ik ook mijn tweede ontvanger
volgens gewoonte op de 500 kHz (internationale nood- en
oproepfrequentie) aanstaan. Toen het gesprek was beëindigd en de
verbinding met PCH was afgebroken, wilde ik onmiddellijk de
installatie uit zetten. Ik was er nog niet mee begonnen of ik hoorde
op de 500 kHz een XXX (spoedsein), afkomstig van een Costaricaanse
tanker. Hij meldde, zijn schroef te hebben verloren en dreef in een
zware storm stuurloos rond. Zodra hij klaar was met zijn bericht,
riep ik hem, maar jammer genoeg hoorde hij mij niet. Mijn
noodontvanger stemde ik af op 454 kHz (een van de werkfrequenties
voor schepen) en hoorde hem werken met een Duits schip. Op een
geschikt moment gaf ik BK (break; wordt gebruikt om te
interrumperen) en vroeg in mijn netste Duits aan de Duitse collega:
'Bitte QSP nach ….. (kosteloos overnemen). Het "voortreffelijke"
Duits had geholpen en hij gaf QRV (ik ben er klaar voor).
Daar ging ik: "Here powerful tug Hudson/PEUJ
3000HP coming to your assistance stop please accept our contract on
Lloyds open form (no cure no pay) stop our ETA (expected time of
arrival) three hours". Hij gaf AS (.-…; wacht even). Ik
hoefde niet lang te wachten. Hij kwam terug met: "accepted". Toen de
verbinding verbroken was, gaf ik een brul naar de brug (± 5 meter
voor de radiohut): "heb contract met een Costaricaanse tanker". Nog
geen 5 minuten later was er al een kratje bier op de brug en werd op
de zaak geklonken. Op de 500 kHz hoorde ik nog een sleepboot roepen
naar die Costaricaan. Het was notabene de "Turmoil", de beroemde
Engelse sleepboot met de vermaarde sparks, die een aantal jaren
daarvoor het contract met de "Flying Enterprise"
tot stand had gebracht. Een oude rot in het sleepbootwerk dus. Kan
je nagaan hoe ik me voelde, dat ik deze man te vlug af was geweest.
Enfin, dus met de kapitein naar de kaartenkamer.
Inmiddels was de Hudson op tegenkoers gegaan en begon het
lieve leventje van slingeren en stampen weer. Voor
het op tegenkoers
gaan, waren we namelijk al in het Kanaal van Bristol, waar de
bewegingen van het schip aanmerkelijk minder waren geworden. In de
kaartenkamer bekeken we de posities van de Hudson en die van de
Costaricaan en kwamen tot de ontdekking, dat ik die 3 uren
varen lichtelijk had overdreven; het had
3 dagen varen moeten zijn, met andere woorden: ETA
three days.
'We gaan er toch
op af', zegt Kalkman, 'tenzij je de
'Zwarte Zee' kunt bereiken. Die ligt inderdaad op 3 uren gaans van
die schuit'.
Hoe jammer dat ook was, ik roepen naar de
'Zwarte Zee/PIZP' , maar dat lukte niet
zomaar. Na een tijdje roepen, gaf ik het op. Ik riep PCH en vroeg de
'Zwarte Zee' op de traffic list te zetten of hem te waarschuwen, dat
wij hem riepen. De traffic list
(verkeerslijst), is een lijst, waarop de schepen staan vermeld,
waarvoor PCH berichten heeft. De schepen luisteren op de daarvoor
vastgestelde tijden naar deze lijst en horen dan, dat er voor hen
berichten zijn. Ik had geluk, want een kwartier later kreeg ik hem
op de sleutel. Hij had PCH geroepen voor een gesprek. Na het gesprek
kreeg hij te horen mij te roepen, hetgeen
hij prompt deed. Ik vertelde het verhaal aan hem en je kon hem zien
lachen, want welke sleepboot sparks zou niet lachen, als hij een
kant en klaar contract krijgt
toegeschoven.
Ik hoorde de
'Zwarte Zee' naar de Costaricaan roepen. Hij kreeg onmiddellijk
antwoord en bevestiging, dat het contract naar hem overging. Ik ging
naar de brug en zei tegen Kalkman: 'Het is gelukt, we kunnen de
kalmte weer opzoeken'. We gingen meteen weer op tegenkoers: richting
Kanaal van Bristol. Ondanks, dat we in rustiger water kwamen, gingen
we toch nog behoorlijk tekeer. Dat dit zo was, bleek wel toen we bij
'Bar lightvessel' –bij Liverpool- de
loods aan boord kregen. Hij was nauwelijks op de brug of hij werd
zeeziek. Gelukkig kon hij het redden zonder over de railing te
moeten hangen.
Na een paar
dagen Liverpool werd de terugreis aanvaard. Deze verliep uiterst
rustig, mooi weer en nauwelijks zeegang. Wanneer gesleept wordt
heeft de sparks het rustig. Slechts het nemen van een weerbericht is
nodig en verder alleen een telefoontje met Maassluis op de gegeven
tijden.
In Maassluis
aangekomen, kwam de inspecteur van Smit aan boord. Uiteraard was hij
geheel op de hoogte van het gebeuren. Hij deelde mij mede, dat de
'Zwarte Zee' inmiddels in
Cowes –eiland Wight-
was aangekomen en dat de tanker goed was afgeleverd.
Gezien het zo
snel tot stand komen van een contract via via, zei hij, dat de
maatschappij mij onmiddellijk in dienst wilde nemen. Ik vroeg hem of
dat dan in de bergingsdienst kon, want dat ik weinig voelde voor de
lange trip. Ik liet hem ook weten, dat PCH mij
reeds had aangenomen. Hij zou me laten weten of dat kon
lukken. Na enige dagen echter, moest hij tot zijn spijt laten weten,
dat men dat ten opzichte van de collega's niet kon realiseren. Dus:
einde sleepboot 'tijdperk'. Het was voor mij een onvergetelijk
gebeuren geweest.
Op 25 september
1956 kwam ik in dienst van Scheveningenradio
en heb daar een aantal jaren met veel genoegen gewerkt.
Oss,
23 augustus 2001 |