Museumschip Hudson

Home     De Hudson    Tentoonstelling    Uit het archief    Media   Algemene informatie  Sponsorpagina

 

Uit het archief van

Jacqeline Zoon

De avonturen van de Hudson uit 1948, het reisverslag dat ik heb opgetekend uit de oude brieven van mijn vader,
Cor A. Zoon marconist aan boord van de Hudson. Indië reis van de Hudson van januari – augustus 1948

 

H.C. Polak, oud-radio-officier M.S. Hudson

Mayday mayday mayday

XXX CQ DE …………  (xxx is een spoedsein; cq betekent: aan allen; de=van)

 

Een school bezoek

Het bezoekje aan het museumschip Hudson en het sleepvaartmuseum

 

De redding van het ss Lilian

 

Hudson journaal          

 

 

Indië reis van de Hudson van januari – augustus 1948

 

Opgetekend uit brieven van marconist Cor Zoon naar huis

 Slb. "HUDSON " 15 Jan. 1948.

Vanavond is onze sleep hier in de haven aangekomen. De drijvende bok "AJAX" met een hefvermogen van 250 ton. Het hele gevaarte ligt gestreken aan dek van de ponton. Het weer is een z.g. twijfelaar. Een heel licht zuchtje uit het Oosten, maar de weersvoorspellingen bieden nog weinig bestendigheid. Als het morgen nog zo is dan moet je maar rekenen dat we zo rond het middaguur het zeegat uit gaan. De weg ligt vooruit en bestemming is Soerabaja en verdere vaste orders zijn nog niet bekend. Die reizen naar Australië en Zuid Amerika staan nog op losse schroeven, voorlopig hebben we voor zes maanden proviand aan boord. De laatste paar dagen heb ik aan boord geslapen en 's middags bij de Fam. van Dorp gegeten en één dag ook s' avonds.

Met de Ajax langszij

Slb. HUDSON 22 Jan '48, Falmouth,

Zo zit ik dan rustig bij de stuurman in z'n hutje met mijn benen op de sofa en het schrijfblok op mijn knie. Dat is ook de reden dat ik niet zo goed koers kan houden met mijn penhouder.Vanaf ons vertrek hebben we niet bepaald mooi weer gehad maar erg veel last hadden wij toch ook weer niet. Eén avond hebben we geschuild in de monding van de Theems rivier bij Margate en overigens zijn we heel dicht langs de Engelse kust naar Fal-mouth gekrabbeld. De wind was steeds van het N.W. zodat wij zo dicht en beschermd door de kust niet van die geweldige grote kreuken in het water hadden. De bok die wij slepen is een loederig zwaar ding en er waren wachten dat wij meer achter dan vooruit gingen. Voor de etappe door de Golf van Biscaye hebben wij beslist goed weer nodig. Maar maken jullie je maar niet bezorgd: de HUDSON is een goed schip en al maakt hij nu nog zulke slingers: ik ben nu onderhand genoeg zeeman om toch altijd wel trek in mijn prakkie te hebben. Het plantje dat ik van Mevr. van Dorp had gehad heeft al twee keer op zijn kop gestaan. Erg ongelukkig natuurlijk en het ziet er nu deerlijk gehavend uit. Ja, waar moet je zo'n ding ook zeevast zetten. In mijn slaaphut blijft er bijna niks op zijn plaats dat komt omdat ik het voorst in het schip zit. Het is hier een prachtige baai, morgen zijn wij in ieder geval nog hier binnen want er is reparatie aan de bok. We hebben van de reis een koksmaatje mee uit het Weeshuis. Hij was de hele tijd ontzettend zeeziek het arme tobbertje en ik heb hem dagen aan een stuk niet aan dek gezien maar nu verschijnt hij weer ten tonele. Bijna een week niks gegeten dus heel witjes zo stond hij heel voorzichtig zijn eerste sigaretje te roken.

Falmouth 31 Jan. '48,

Nog steeds liggen wij in Falmouth zoals jullie ziet, heerlijk rustig terwijl het buiten niks gedaan is. Vijf dagen hebben we dicht bij de stad in de baai ten anker gelegen 's morgens en 's middags kwam er een motorsloep langszij om mensen naar de stad te brengen. Falmouth is een leuk landelijk havenstadje is trapsgewijs tegen een heuvel opgebouwd en er is een gezellig winkelstraatje. Jammer dat het steeds zo erg slecht weer was, maar ja anders waren wij hier niet binnengelopen. We hebben zelf ook een motorboot met een kleine 2 takt "stuart" benzine motor. Maar och arme, altijd mankeert er wat. Eens op een mooie buiige avond om een uur of tien zijn stuurman en ik in de boot gestapt om te spelenvaren. Met een zaklantaarntje op en de riemen bij de hand dobberden wij langzaam van boord weg. De motor was die dag opgegeven door de machinisten. Maar toch even proberen. Alles opengezet, benzine genoeg, maar geen sjoege. Toen heb ik vlug de bougies losgedraaid schoongeveegd met mijn zakdoek een teutertje benzine boven in de gaatjes, 2x slingeren en weg ging die, volaan draaien want anders was het pruttelen en hoesten, steeds maar vlotteren en sjoken af en toe zo'n reuze bens achter uit het uitlaatpijpie. De stuurman met zijn zaklantaarn zat aan het roertje. Bijna een uur lang snoven we door de baai rond en tussen andere schepen door steeds overmoediger en verder van huis. Juist manoeuvreerde wij met een sierlijke zwaai achter rond de kont. Bij volaan achteruit was het mis en met de beste wil van de wereld was het Gruf-ding niet meer aan de gang te krijgen. Intussen dat ik zat te prutsen en wij stuurloos ronddobberde, woei de boot door de storm vanzelf tegen de HUDSON aan. Een paar nachten was de storm zo hevig dat we door twee ankers niet konden houden, de kraan langszij begon vervaarlijke capriolen te maken door de hoge swell. Dan was het sappelen om van het strand af te blijven en daar de Ouwe hiermede niet ingenomen was hebben we gistermiddag nieuwe ligplaats gekregen. 6 Kilometer stroomopwaarts van een smal maar zeer diep riviertje. Reusachtig schilderachtig is hier de omgeving, aan weerszijde hoge steile heuvels en zwaar bebost de takken hangen over het water. We hebben inmiddels een roeiboot buitenboord gekregen en ik ga maar op onderzoek uit…

In Falmouth met de sloep er op uit met aan boord de scheepshond Maruska

 

SLB.HUDSON 9 Febr. 1948, ten anker bij King's Harry Beach (Falmouth),

De motorsloep en dergelijke zijn in de maak. Tussen haakjes de motorsloep draait weer als een neut hoor. Toen hij moest proefdraaien hadden we twee sloepen overboord. De stuurman was gaan zeilen maar kon niet meer terugkomen vanwege de wind en de stroom, zo'n sloep kan alleen maar voor de wind omdat er geen kiel aan zit. Ik zat met Willem II in de motor, en we snoven er lekker overheen om de stuurman op te pikken, maar we waren misgevaren en toen we terug kwamen was de stuurman al bijna weer bij het schip terug komen wrikken met de vuurrode zeilen gestreken. Ja, wrikken en roeien doen wij iedere dag, de Ouwe vindt alles best. Al een stuk of vier of vijf keer zijn we met de hele matrozenclub aan het voetballen geweest op een grasveld.

Marconist Cor Zoon in de sloep

Gibraltar 3 MAART 1948, De ondergang van de “Ajax”.

Als jullie het nog niet wisten, het zal inmiddels wel bekend zijn geworden, we hebben de AJAX verspeeld. Op 1 Maart 's morgens om half acht is onze sleep verloren gegaan. Het was slecht weer en onze positie was ongeveer 100 mijl Noord Oost van Algiers. Er zijn geen persoonlijke ongelukken bij gebeurd, en sedert vanmiddag twaalf uur liggen we binnen in Gibraltar, alles wel,en wachten hier op nieuwe orders. Van Falmouth tot Gibraltar hadden wij een prachtige reis. De beruchte golf van Biscaya lag kalm en vlak, wij maakten dagen van gemiddeld 110 mijl. Van de "Malle 45" (is 45° NB) hebben wij niets geweten. Werkelijk het was recordtijd voor dit traject tot Gibraltar, met deze zware sleep.

"Als we eerst de Middellandse Zee maar hebben", was niet langer een wens. De azuurblauwe spiegelgladde Middellandse Zee waarvan de golfjes rustig op het strand van de "Franse Rivièra" kabbelen. Ja, zo lezen wij het in de boeken. Voor ons was ze niets anders dan een onrustige weerbarstige zee die niet slecht genoeg was om ergens binnen te lopen, maar die toch veel zorg baarde omdat het nu al zes dagen dezelfde harde oostelijke bries was, met veel regen en hoge deining. De bak AJAX werd zonder ophef tot de oersterke constructies gerekend en dat had ook alle schijn. Geen moment en geen mens had ooit kunnen denken dat het verloren gaan van dit schip mogelijk was. De HUDSON trok met halve kracht tegen wind en zee op, we vorderden dan weer één dan weer twee mijl per uur. De AJAX volgde trouw en iedere avond bij het invallen van de duisternis seinden de runners hetzelfde stukje "Goedenavond stuurman, hier alles wel en welterusten"; en zo ook de avond voor zijn ondergang.

Rrrrrrt, de wekker loopt af achter mijn kopkussen, gewoon zoals hij de laatste week iedere morgen afloopt om de marconist te porren om kwart voor vijf voor het weerbericht van Malta Radio. Instinctmatig schiet ik in mijn kleren en realiseer mij intussen dat het schip rustiger ligt en dat wij waarschijnlijk voor de wind gekregen hebben.

Aan dek gekomen zie ik te veel mensen en er heersen te luide gesprekken. Tijd echter om ergens naar te informeren is er niet, want het is precies uitgemikt en nog een enkele minuut voor vijf. Boven op de brug zie ik de 1ste stuurman achter het seinlicht in verbinding met de sleep. Snel concludeer ik aan de feiten dat er iets is en dat we naar Algiers koers zetten. De stuurman vertelt me kalm en zonder emotie dat het om half vier was begonnen. Eerst brak er een stoottouw en gelijktijd: wordt er van de kraan geseind: "Haal ons af, zijn erg lek".

Het ergste voor een sleepboot-kapitein is wel dat wanneer de runners seinen, haal ons af. Liet het zich zo ernstig aanzien? in de bundel van het zoeklicht is de sleep in zijn geheel nog goed zichtbaar en de boordvuren branden helder. Wij zijn nu rond gegaan en liggen koers naar Algiers: draaien half werk. Weer seinen de runners: "Haal ons af voorpiek vol water". Het wordt nu snel dag. Nog geen half uur later kunnen wij goed zien dat de pont met de kop zeer diep in het water steekt, de zee rolt vervaarlijk over het dek. Onmiddellijk gelast de kapitein nu "tros slippen" om zodoende vrij van beweging te zijn en de mensen daar aan boord assistentie te kunnen bieden. Zo zie ik het eind van de sleepdraad over de machine-kap en bogen hobbelen en in zee plonsen. Wij naderen nu de kraan zo dicht dat er over en weer geschreeuwd kan worden. Ik vang iets op dat de runners hun eigen sloep moeten strijken en de kraan verlaten. Het verloopt alles heel kalm, maar er hangt een scheepsdrama in de lucht. Ieder voelt het aan, de kraan is verloren.

Ik waag mij vliegensvlug op het achterdek wat juist een ogenblik droog is en kiek op enkele tientallen meters de kraan waarvan de ponton reeds voor de helft onder water steekt. Al direct heb ik loon voor mijn onvoorzichtigheid en zwabber ik languit over dek terwijl er een dwarse roller overloopt. Gelukkig is het toestel niet bezeerd.

Nu zien we de drie mensen de boot strijken, weet wel het gaat om hun leven. Kijk eens hoe ellendig die arme kerels tobben en zich inspannen om vrij te komen met die ruwe zee. Een staat er nog aan dek en gooit de vanglijn los en springt dan zonder bezinning in de sloep die met een hoogteverschil van zeker 3 tot 4 meter op en naar deint rakelings langs de scheepshuid. Het is spannend en tragisch alles bij elkaar genomen, gelukkig loopt het goed af. De sloep heeft zich keurig vrijgemaakt. Nu brengen ze het bootje op de zee. Ja ze houden er rekening mee, dat kan je goed merken. Alleen ze roeien zeer onregelmatig, hoe kan het ook anders; even is er nog die onzekerheid met langszij komen van de sleepboot. Ieder die een paar handen heeft staat klaar met een riem of een stuk hout om de boot op te vangen en te voorkomen dat hij onder het berghout vast loopt en vijf minuten later staan de mensen behouden aan dek. De Ouwe slaat een zucht van verlichting. Gelukkig met deze ramp zullen geen mensenlevens gemoeid zijn.

Zolang er leven is, is er hoop! de Ouwe heeft er moed op dat hij zal blijven drijven op zijn waterdichte schotten, voorlopig zullen wij afwachten. Misschien kunnen we hem nog binnen-brengen. Maar alsof wij waken bij een zieke die snel achteruit gaat en door alle doctoren reeds is opgegeven. Steeds dieper en meer slagzij. Dan krijgt de zee vat op zijn prooi. De bok kantelt en het is gebeurd. Er wordt nauwelijks één woord gesproken, zo zijn we onder de indruk terwijl wij daar staan om 07.35 uur plaatselijke tijd bij het graf van de "AJAX"..

Niet die waarde van enige miljoenen, die hier verloren ging heeft ons zo gegrepen, daar heeft misschien niemand aan gedacht. Alleen het feit dat we zo machteloos waren heeft ons stil gemaakt. Vier uur later is er antwoord op ons telegram met als order: "Gibraltar". De nieuwste orders zijn: dat wij de sloep van de "EBRO" moeten overnemen met bestemming Banka. Dus toch naar Indië. De "EBRO" is een paar dagen geleden van Rotterdam vertrokken.

De ondergang van de “ Äjax” in beeld

          

 

    

           Nog een laatste stofwolk en de Ajax verdwijnt in de golven

Corcubion 20 Maart 1948.

Sedert gistermiddag liggen we binnen in Corcubion, een van een paar kleine plaatsjes aan de baai van dezelfde naam even ten zuiden van Finisterre in Noord Spanje dus. De "EDAX" die we nu slepen is een kleine sleep in vergelijking met de "AJAX" en geeft alle schijn van veel minder stabiel te zijn. Het is een heel ander soort vaartuig n.l. een cutter zuiger en bestemd voor de Tinbedrijven in Banka of Billiton. Bij een tegen wind kracht 3 tot 4 had hij de neiging steeds zijn voorschip in de golven te steken zodat het van tijd toet tijd meer van een onderzeeër had. De mensen aan boord voelden zich bepaald niet erg safe en de Ouwe van ons nog minder. Deze achtte het raadzaam deze Spaanse haven aan te doen. Slecht weer hebben wij nog niet meegemaakt en vandaag beloofd het een hemelse dag te worden.

De toestand van de sleep valt erg mee. Totaal geen water in het schip door lekkage of iets van dien aard. De grootste zorgen komen zonder twijfel voort uit het voorbeeld van de AJAX. Ik denk dat wij vanavond weer naar zee gaan. Het zal wel goed gaan. Nog een rukkie van ± 8000 mijl.

 Zandzuiger “ Edax”

 Malta. Valetta 5 April 1948

Slb."HUDSON" We liggen nu binnen in Valetta op Malta. Er was iets aan de motor, dat eerst verholpen moet worden alvorens wij verder gaan. Het weer werkt in tegenstelling met het AJAX avontuur reusachtig mee. Zodra we Gibraltar zijn gepasseerd is de zee als een spiegel met heerlijke zonneschijn. In Port Said blijven wij zeker nog een paar dagen liggen voor reparatie en bunkers. Er ligt een machtig vliegtuig moederschip hier vlak voor de kop. Het is een bakbeest en wij hebben het volle gezicht op gedoe daar aan boord, soms zijn ze erg lawaaierig met het proef-draaien. Die vliegtuigen zijn nog behoorlijke dingen zo van dichtbij. Twee persoons jagers, het is een aardig gezicht als ze met opgeklapte vlerken door een kraan uit het ruim worden gehesen.

 Het havengebouw van Port Saïd

 Het vliegdekschip “Ocean”in de haven van Port Saïd

Gistermiddag ben ik hier de stad wat doorgewandeld met de stuurman en de 1ste Machinist. In het sportstadion was het ontzaglijk druk en het was wel jammer dat we hier de stuurman verloren en niet meer terug vonden. We zaten gelukkig onder overdekte tribune. Er was een goeie voetbalwedstrijd maar het hele object was zo ontzettend licht van de felle zon dat wij die dat niet gewend waren, er zat van werden, zonder zonnebril gaat het in deze streken bijna niet. De uitslag werd 10 - 1. Het terrein was evenals in Gibraltar geen grasveld maar een vlakte van lichtgrijze kleur. Er werd meesterlijk gevoetbald vooral door de winnaars "The Meteoors" Sinaasappelen vretend, die kosten hier 2 pennies stuk, zijn we nog voor het einde van de wedstrijd terug gegaan om een plaatsje te bemachtigen in de bus, want we waren ook met de bus gekomen, een afstand van een kilometer of vier. Na een half uur in de rij hadden we geluk en kwamen we weer in Valetta terug. O ja, de stuurman is terecht hoor hij was al aan boord toen wij terug kwamen, pech gehad. Hij had nog een foto laten maken door een snelfotograaf, in vijf minuten kant en klaar, maar hij kijkt verschrikkelijk lelijk, ja zo in je eentje in die brandende zon. We hebben gelachen om dat gezicht. Het was hem alleen te doen geweest om te kijken of die kerel niet loog met "in 5 min. klaar". Nou geen minuut langer hoor!

Slb. HUDSON, Valetta 8 April 1948,

Mijn verjaardag is gevierd en ik zal deze dag niet licht vergeten. Ik had tien liter wijn gekocht om te trakteren, maar alles liep mis. De Kapitein was weer een paar dagen ziek doch deze keer pakte het een ietsje anders uit dan gewoonlijk. Na een paar dagen koorts was hij ogenschijnlijk weer het ventje en ontzettend in de weer totdat tenslotte geen gezonde praat meer werd gesproken en hij volslagen krankzinnig deed. Ik zelf heb wel de meeste last van hem, de nacht voor mijn verjaardag heb ik geen moment geslapen. Hij was in de radiohut bezig gegaan om te telefoneren, en ontving alle mogelijke onzinnige telegrammen en berichten, ik heb nog hele vellen onzin in mijn bezit door hem geschreven. Later had hij schijnbaar geen radio meer nodig en ontving hij zijn krankzinnige nieuws over een elektrische ventilator en een petroleum-lamp. De stuurman heeft natuurlijk ingegrepen en vanavond verwachten wij een nieuwe kapitein. Eigenlijk is het achteraf bekeken allang niet pluis, waarschijnlijk zo geworden na de ramp met de AJAX. De wijn heeft aan de matrozen nogal vrolijkheid geschonken, zelf was ik allerminst in stemming. Samen met de stuurman ben ik de hele dag in de weer geweest, om dit vuiltje op te knappen. Een mens kan wat meemaken! Zo'n reis heb ik nog nooit beleefd. Maar het zal wel weer in orde komen. Port Saïd 18 April 1948, Het is al vijf uur in de middag, om twaalf uur waren we binnen, anderhalf uur later hadden we al 45 ton drinkwater geladen en eigenlijk weer gereed om te starten. Dit is evenwel vastgesteld op morgen ochtend 7 uur. Vanaf Malta is alles prachtig gegaan. De oude Kapitein is daar in een hospitaal achtergebleven en de nieuwe per vliegtuig R'dam-Malta aan boord gekomen. Toen we vertrokken was de toestand van Kap. Weltevreden heel goed en men zou zeggen dat hij weer fit was voor de reis. Maar de dokter was van een ander oordeel. Gelukkig voor de man en ik hoop dat het goed blijft gaan. De nieuwe valt tot op heden best mee en is vooral na een rottige week een ware opluchting geweest. Na al die tegenslag is de tijd op gunstig weer in de Indische Oceaan krap geworden en we moeten ons gaan haasten vandaar het korte oponthoud in Port Said. Behalve in Malta hadden wij ook bij Algiers enig oponthoud gehad. Een reparatie van een paar uur in volle zee. Met de motorboot hebben we de sleep vastgemaakt terwijl de HUDSON gestopt lag. Om zo al trekkende met onze nijdige sloep, de schepen vrij van elkaar te houden. Ik zelf heb twee uur als motor specialist op die manier samen met de stuurman en twee matrozen als sleepgast dienst gedaan, want de machinisten hadden het te druk en elkaar hard nodig. Indische Oceaan, 10 Mei 1948.

Wij zijn nu precies een week geleden van Aden vertrokken en zitten nu ongeveer 1000 mijl in de Indische Oceaan. We volgen zoveel mogelijk de zuidelijke route en komen tot op 1 1/2 graad noorderbreedte om vervolgens door Str. Malakka ons einddoel te bereiken. Het weer werkt reusachtig mee tot nog toe. Daar we zo zuidelijk varen zal de kracht van de Z.W. moesson wel niet zo'n kracht hebben. We schieten goed op. Gister zijn we de 80° oosterlengte gepasseerd en naar mijn schatting zitten we nog 600 mijl van Sabang. Over ongeveer 14 dagen denk ik dat we in Banka zijn. Enige tijd geleden kregen we een telegram dat we zeer waarschijnlijk twee walvisjagers moesten verslepen van Soerabaja naar R'dam. Tot op heden hebben we geen bericht gehad dat het niet door ging. In ieder geval zouden we dan niet dokken in Singapore. De Zuid Wester staat al een paar dagen krachtig door. Gelukkig hebben we nu alles recht van achter. Hier aan boord gaat alles best. Op het ogenblik zit ik boven in de marconi-hut. Een half uur geleden wilde ik beginnen te schrijven beneden in mijn slaaphut, want hier trilt alles zo. Als ik naar mijn vulpen kijk kan ik de punt niet goed zien. Ik lijk wel 85 jaar. Afijn toen ik net beneden zat ben ik er uitgejaagd. De lange Andries (lichtmatroos) kwam dweilen met een emmer lysol-water. En of je nou al tegen pruttel dat het niet zo best gelegen komt, daar trekt hij zich geen spat van aan. Zaterdags geeft hij nou eenmaal een grote beurt. De Ouwe liep ook al als verschoppeling aan dek. Ja de Ouwe, daar moet ik nog een foto van maken hij wilde er een naar zijn thuis sturen. Als het zo eens uit komt had hij gevraagd. Al dagen was hij in de weer. Doordat hij per vliegtuig is gekomen heeft hij haast geen spullen mee naar zee genomen, 2 korte witte broeken was zijn hele tropen uitrusting. Een er van zat vol met roest vlekken. Nou heeft hij die ene broek kakie geverfd. Maar ja je kan niet overal verstand van hebben. Het is een beetje vlekkerig uitgevallen overigens een echte sukkela kleur. Met deze gelegenheid wilde ik hem op de kiek zetten. Een beetje plotseling stond ik met het toestel voor hem. Eerst hield hij zijn handen er voor en toen nam hij de kuiten om wat anders voor zijn broek te zoeken. Hij heeft een beetje abnormale maat dus ging dit laatste niet door en er werd besloten het kieken uit te stellen.

9 Juni 1948.

Het is nog in de morgenuren de zon begint al lekker warm te worden maar er hangt nog een frisse damp over het water. Het westervaarwater prachtig om hier te varen op deze tijd van de dag. Aan stuurboord de kust van Java en over bakboord Madoera. Hier en daar aan de oever schilderachtige nederzettingen van huisjes met rode daken tussen een weelde van groen en bomen. Overal kruisen de inlanders rond in hun typische zeilprouwen. Over een paar uur hopen we in Soerabaja te zijn. Regelrecht van Banka zijn we naar Soerabaja gedirigeerd dus geen Singapore ook op de terugweg niet, want het is het plan om door Straat Soenda bezuiden van Sumatra terug te stomen naar Aden. Het zullen wel twee walvisjagers worden zoals ik al eerder heb verteld, maar gezien heb ik nog niks. O ja, laat ik nu eerst wat over Banka vertellen.

Vrijdagmorgen de 4 Juni kregen we de eerste bergkluiten in het vizier. Het einddoel lag voor ons. Alleen het plaatsje Pankal Pinang waar de zuiger afgeleverd moest worden had geen haven en om langs de kust door het erg ondiepe water daar te kunnen komen hadden we op een bepaald punt om een loods gevraagd al dagen van te voren via de radio. En ja hoor nauwelijks waren we de kust voldoende dicht genaderd bij Grasuk, we begonnen juist wat bomen op het strand te onderscheiden, of daar kwam heel in de verte een notedoppie aanschuimen. Toen het naderbij kwam bleek het een heel klein sleepbootje te zijn. Het bootje stoomde ons voor en zo kwamen we na een paar uur langs de kust gevaren te hebben bij een punt waar we ten anker moesten komen. Pankal Pinang kon het nog niet zijn. Toch bleek later dat de reis uit was, intussen was de bestemming van de EDAX veranderd dus waren we eerder op het eindpunt dan we verwachten. We lagen een paar kilometer uit de kust bij het plaatsje Soengai Liat. De andere morgen dus zaterdag werd de EDAX overgenomen en naar het strand gesleept. Doordat we in volle zee lagen was het aan de wal gaan niet zo eenvoudig. De eerste nacht was het een fantastisch gezicht, aan de wal zagen we vier tinmolens in bedrijf. Twee nog betrekkelijk aan de kust en twee meer landinwaarts. Het was een gezicht als of we ergens voor een wereldstad lagen met al dat licht. Met 15 man zijn we door een soort ontvangst commissie van de Biliton Mij. van boord gehaald voor een lunch en wat gezellig samen zijn. Jammer dat we niet allemaal het schip konden verlaten. Een wacht van 4 man moest aan boord blijven daarover beslist het lot. Omdat we al een week aan boord rijst hadden gegeten door gebrek aan aardappelen kregen we niet de gebruikelijke Indische rijsttafel. Maar gebakken aardappelen met kip en varkensvlees, eieren, boontjes, komkommers, erwtjes. Er was kippesoep vooraf en ananas na. Voor het eten hadden we een paar uurtjes zitten borrelen en tijdens de maaltijd een glas bier.

De onvermijdelijke ceremoniën als een toespraak tafelrede en handjes geven namen we ook nog waar zo tussen de bedrijven. Het was een heerlijke afwisseling en ik voelde me echt op mijn gemak. Zo ongemerkt, we zaten wel aan een grote tafel, waren we toch in twee groepen, ongeveer gerangschikt naar de stand. De Ouwe had het natuurlijk wel het zwaarst te verduren tussen de zwaarste autoriteiten. Ik voor mezelf had het minder officieel en goed naar mijn zin en het eten was puik. Het gehele gezelschap bestond ongeveer uit 50 personen en misschien niet ten overvloede vermeld: alleen heren. Het is jammer dat het bij deze heerlijke eterij gebleven is. De organisatoren hadden verwacht dat we 's avonds zouden blijven, maar de Ouwe wilde daar niet van weten met het schip in volle zee. Dan zouden we het gezellig gehad kunnen hebben in de soos. Er was op gerekend en de beschikbare vrouwen en dames zouden allemaal komen voor wat dansen en gezelligheid. Een paar uur voor donker zaten we alweer aan boord. Met auto's waren we gehaald en weer terug gebracht. Alles bij elkaar heb ik geen honderd stappen op Banka gezet. Na een boere nacht gingen we zondags'smorgens anker op, op weg naar Soerabaja.

 Het ontvangstcomité van de Biliton Mij.

Inmiddels liggen we hier al een paar uur aan de kade. We hebben wat reparatie en het zal misschien een week duren voor dat we van hier vertrekken met twee walvisjagers voor Rotterdam.

20 Juni 1948 a/b Slb."HUDSON"

Vanaf de 16e zitten we nu in zee en zo langzamerhand komt alles weer in zijn gewone doen. Dat stil voor de kant liggen schept zo'n onbehagelijke sfeer aan boord. O ja natuurlijk het heeft ook zijn ongemakken. Als je 's avonds in de bioscoopzaal zit of in een café-tje achter een ijskoud potje bier dan kom je even los van die sleur. Maar je moest niet terug moeten, zo tegen middernacht. Aan boord gekomen steek je je sleutel in de deur en de warme lucht slaat je tegemoet uit je rommelige hut. De andere dag poog je weer zo vlug mogelijk wat afleiding te zoeken aan de wal, want de wal biedt alles daar vind je alle denkbare vreugdes en je moet je dagen benutten ze zijn kort en kostbaar en geteld. Intussen proppen je wasemmers steeds voller met je zweterige lijfgoed. Iedere dag kan je je schoon aantrekken in dit snikhete tropenland. Beslist na zo'n week voor het kantje ben je uitgeprutteld. Geen schoon hemd meer in de kast en alle centjes versnoept. Vaarwel Soerabaja, ik had een grote verwachting voordat je ons veilig schutte aan je stenen kademuren. Wat ik van je verwachtte! Het is niet uit te drukken, maar varen is oneindig veel mooier. Gisteravond passeerden wij Straat Soenda. Een heerlijke frisse wind koesterde ons recht van voren. Het was heldere maan en bijna licht als de dag. De lange lichtmatroos bracht een vers bakkie thee. Ik hing en leunde over de reling en genoot. De wind was vermengd met golven warmere lucht daarin snoof je zuiver de geur van vers bomenhout en gedroogd gras. Het is vast geen sprookje wanneer in oude reisverhalen wordt verteld dat de zeilvaarders het land soms konden ruiken op 30 en 40 km afstand. Over bakboord onderscheidde we vaag Java's Oostkust. Over stuurboord doken afwisselend nieuwe silhouetten op van bergachtige eilandjes. We passeerden achtereen volgens Toppershoedje Dwars in de weg en Krakatan. Deze laatste zien wij hoog en scherp tegen de nachtelijke sterrenhemel. Vandaag was het Zondag, een rustige dag met mooi weer. We hebben een kleine boeggolf voor de kop want we lopen flink vaart. Bijna 7 mijl per uur is heel wat voor ons begrip "slepende". De twee walvisjagers doen het prachtig.

 De twee walvisvaarders achter de Hudson  

Juni 1948, Motorpech.

Het zou te gek zijn als er weer niet iets bijzonders was. Bijna was onze vredige thuisvaart wreed verstoord. Vandaag ging alles weer goed gelukkig, maar gister. Heel vroeg in de morgen nog in het donker was het uit. Wat was uit? Alles was uit, plotseling het elektrische licht, de motor het varen en onze illusie om met Koninginnedag thuis te zijn. We dreven hulpeloos rond in die eindeloze Indische Oceaan.

Een ogenblik geleden sleepten we nog twee schroefloze vaartuigen. O ja, ze waren er nog, maar de een dobberde links, de andere rechts van ons nog stevig aan de trossen, maar zelf dobberden we vrolijk mee. Een belachelijke situatie. De onderzoekingen van de machinisten leidden tot niets. Alles was in orde. Dan een paar ploffen uit de schoorsteen veroorzaakt door de hoog gecompresseerde aanzetlucht. Een dikke walm van roet en gasdamp hing over het gehele schip. Eerst een gepruttel en toen, gelukkig we draaien weer. Na twee uur oponthoud zong weer de machtige motor zijn eentonige gedreun: "We gaan nog niet naar huis".

 

2 Juli 1948.

Het zal nu ongeveer een week geleden zijn dat we de Noorse Tanker "Thorbis" zagen. We stonden nog geruime tijd door middel van lampseinen met elkaar in verbinding. Op zichzelf is dit niets bijzonders. Er varen duizenden schepen op zee en ontmoetingen zijn helemaal niet zeldzaam. Maar hoe eenzaam het ook kan zijn. De Thorbis is het laatste schip geweest wat we tot de dag van vandaag zagen. Gelukkig schept de radio zijn mogelijkheden en we weten de Willem Ruijs, Indrapoera en nog talrijke Nederlandse en andere schepen eveneens in de Indische Oceaan. Ongeveer de helft van het traject Soerabaja - Aden ligt nu achter ons. De reis verloopt met wederwaardigheden, maar als we niet helemaal voor het ongeluk zijn geboren zal het best loslopen.

Er waren ratten aan boord. Met eigen ogen zag ik op een helder maanavond de zwarte ondieren over dek lopen. De Ouwe raapte twee vliegende vissen en had ze voor de kok klaargelegd, maar op geheimzinnige wijze waren ze verdwenen. Niemand bekende het lekkers te hebben weggehaald wat natuurlijk te begrijpen is want een rat laat zich niet op het matje roepen. De hond was plotseling als door de duivel bezeten. Adriaan had gezien hoe hij een rat een knauw gaf, maar het lamme beest wist toch te ontkomen en vluchtte onder het trossen-rooster. Met stokken en bezems toog men ten strijde en weldra boekte men de eerste successen. De rat kwam te voorschijn, Adriaan hief zijn bezem met de vaste wil het dier te doden. De hond schoot toe, Adriaan sloeg .... precies de rat mis, maar boven op het hoofd van onze Maruska die met een pijnlijk gejank afdroop. Later constateerde de stuurman gezien de verschijnselen, misselijk en braken, vast dat de hond een hersenschudding had opgelopen. Maruska wilde geen aspirine slikken maar toen onze stuurman met eindeloos geduld en volle overgave het slikken van een aspirine verschillende keren had voorgedaan, nam het beest de verdovende middelen tot zich en stortte als dank de inhoud van zijn maag op stuurman’s deurmat, waarna de arme Maruska met weinig bloemrijke bewoordingen de deur werd uitgescholden. Er zijn sedert deze dramatische rattenjacht al weer een paar dagen verlopen. Maruska is weer opgeknapt maar het ratten vraagstuk nog niet opgelost.

Met de motor was niet alles in orde. Een dag of vier geleden was men genoodzaakt een der cilinders buiten bedrijf te stellen. Dit betekende aanzienlijk krachtverlies bovendien was de aard van de pech nogal bezwaarlijk, zodat het aanlopen van de dichtbijzijnde haven de beste oplossing was. Maar 1000 mijl van Colombo, 1500 mijl van Sabang en 2400 mijl van Aden is niet bepaald een rooskleurige positie om pech te krijgen. Wij zijn dan ook erg dankbaar dat de poging die gister met vereende krachten is aangewend om het euvel te verhelpen met succes werd bekroond. Het zal misschien interessant zijn daar iets meer van te vertellen.

Eerst bestonden er plannen om naar de Chagos eilanden te gaan. Ik weet zo uit mijn hoofd niet met zekerheid te zeggen of daar nog mensen wonen, maar we zouden een baaitje op kunnen zoeken daar ten anker komen en dan repareren. Nu ging het als volgt. Bij het opkomen van de zon kwam niet de wind op zoals meestal het geval is. Het weer was prachtig en er liep een flauwe Oostelijke deining. Een pracht gelegenheid dus. De motorsloep ging over boord de runners werden afgehaald en toen werden de schepen losgegooid nadat er eerst op ieder een lantaarn was opgezet, om ze eventueel in donker te kunnen terugvinden. De Hudson zelf stoomde iets terzijde en stopte dan de motor. Zo dreven we met z'n drieën schepen hulpeloos rond. In de machine-kamer vielen grote klappen en er werd hard geploeterd. De reparatie viel niet mee dat kan je zo wel eens hebben. Juist voor het invallen van de duisternis hadden we de laatste vast. We hadden ongeveer een uur werk draaien voor we hem te pakken hadden zover waren we niet uit elkaar gedreven. Nu draaien we weer heerlijk volle kracht lopen er lekker overheen met koers op Kaap Guardafui. Daar schijnt het niet zo best te zijn op het ogenblik in verband met de Z.W. Moesson. Afijn geen zorgen voor de tijd.

P.S. Sterfgeval.

Onze hond was gelijk met de runners overgestapt op de tweede sleep, om daar ratten te vangen. Eergister seinde de runnerschipper over een kwijnende gezondheid van het beest en vandaag was het al gebeurd. Het stoffelijk overschot is vandaag nog vrij gezet misschien ook wel voor het helemaal dood was daar ben ik niet erg zeker van, Dus Maruska kreeg een zeemansgraf. "Rust in Vrede".

Indische Oceaan 19 Juli, a/b "HUDSON". Ik geloof dat we vandaag 22 dagen van Soerabaja weg zijn. Het is een lange reis kinderen. Op het ogenblik zitten we midden in de Z.W. Moesson, het is een hel gewoon weg. Van Soerabaja gingen we door Str. Soenda en kwamen zo naar Africa varende ten zuiden van de evenaar of ongeveer er bovenop. Zo zoetjes aan zijn we omhoog gekomen en in de rottigheid gelopen. We wisten het vooruit maar de Golf van Aden ligt nu eenmaal zo noordelijk.

We slingeren op zijn hevigst 40° over SB tot 35° BB dus zo'n zwaaitje van 75°. Er is geen enkele zeezieke aan boord. We zijn een doorgewinterde ploeg. Vanmorgen kregen we een paar reuze klappen water. Een paar matrozen raakten koppie onder aan dek. De bakboord-sloep die toch direct naast de brug staat geraakte vol water nadat eerst het dekzeil aan flarden er werd afgerukt. Het achterschip stond een ogenblik gelijk al vol water. De water bergen zijn herhaaldelijk zo hoog dat we de walvisjagers niet kunnen zien. Een pracht gezicht, de trossen verdwijnen dan in de massa water achteruit.

     

Ruw weer op de Indische Oceaan

 

Mijn radio-spulletje werkte de hele reis prachtig maar nu is het hopeloos. De wind laat het water uit de zee opstuiven en zo'n mengsel van wind en water giert de hele dag langs mijn antennes. Ik ging eens bovenop kijken wat er loos was, m'n antennes hingen nog maar meer heb ik niet gezien, half uit mijn jassie gewaaid stond ik later het zout uit mijn ogen te wrijven. Gelukkig zitten er een paar grote hollandse jongens vlakbij daar kan ik nog aardig mee seinen. Zo'n paar honderd mijl gaat nog. Jonge jonge, wat zal ik direct eten als ik thuis kom. Aardappelen (hoe zien die er uit?) met sla of bonen of witlofsla met een stuk van het varken. Ja, wij eten al twee maanden alle dagen rijst, dus snap dan toch dat ik dol ben op aardappelen. Zo, nu is het inmiddels twee dagen later geworden en het leed is geleden. Gisteravond passeerden we Kaap Guardafui en als op toverslag hebben we heel behoorlijk weer. Het is reusachtig druk geweest. Dat zit n.l. zo. Een van die walvisjagers bleef plotseling achter want heel ongemerkt was de sleeptros gebroken. Een drie duims staaldraad gewoon aan flarden. Je mag er niet aan denken als dat eens een of twee dagen eerder was gebeurd in dat slecht weer, dan was het lang niet zeker of het scheepje nog gered had kunnen worden. Nu was het maar een peuleschilletje. De zee was doodkalm en de maan scheen helder. Eerst moest natuurlijk zo'n 500 meter tros worden ingehaald, er werd een nieuwe staaldraad ingesloten en met 2 uur stonden we weer vast. Hier ben ik weer hoor, goed uitgerust, heerlijk geslapen. De motorsloep is overboord geweest om de sleep vers drinkwater te brengen. Het is prachtig weer we lopen zo ongeveer 6 mijl per uur en zitten ± 300 mijl Oost van Aden. 9 Augustus 1948.

Golf van Suez Slb. "HUDSON".

Ons reisje door de Rode zee was erg warm en zonnig en overigens tamelijk voorspoedig. In Suez of Port Said zullen we niet lang stil liggen. Morgenochtend komen we in Suez aan. Misschien halen we het kanaal in één dag en dan zitten we weer in de Middellandse Zee. Als verder alles goed gaat lopen we nergens meer binnen en dan over een maandje is misschien het eind in zicht. Sedert een paar dagen is het niet zo bloedheet meer en vandaag hier in de Golf van Suez is het gezellig varen. Aan weerskanten kan je de hoge droge kluiten zien van het land van Arabië en Africa zo smal is het hier, dus ieder schip wat langs komt moet je zien. Wij liggen nu ten anker bij Suez.

 

 

 

 

Port Said 12 Aug. 1948.

Nu zijn we in Port Said en morgen en overmorgen gaat het weer verder. Hier in het hutje van de stuurman zit ik nu nog even na te pennen, samen aan een sigaretje zitten ze me te pesten met twee man sterk. Altijd zit jij maar te schrijven en wij weten nooit wat we vertellen moeten, zeggen ze. Nou, ik eerlijk gezegd ook niet meer. Allemaal de hartelijke groeten, ook van mijn vrienden stuurman en II Machinist de Weled. heer W. Boutkam. 

 

 

Marconist Cor A. Zoon

 

 

 

 

 

 

 

Mayday mayday mayday

 

 Ing. H.C. Polak

          

       ms Rode Zee/PHCT                                       ms Straat Banka/PHTL

Mayday mayday mayday……….                                                                                             

Het begon allemaal in Sydney, Australië. Het zal omstreeks mei 1955 zijn geweest, dat op 2 minuten loopafstand van ons schip de Rode Zee/PHCT lag afgemeerd. De volgende dag zou deze met een sleep, HMS 'Australia', naar Engeland vertrekken, al waar de lichte kruiser zou worden gesloopt.

Gezien het feit, dat ik toch wel eens een sleepboot van binnen wilde zien –mijn laatste reis zou op de 'Hudson'/PEUJ zijn- ging ik op bezoek bij mijn collega, Dubbeldam. In scheepsterminologie heet zo'n bezoek 'helpen afduwen'. In de messroom trof ik het gehele illustere gezelschap officieren aan, waaronder kapitein Kalkman. Met diens zoon als kapitein, heb ik later de reis op de 'Hudson' gemaakt.

Het was enorm gezellig in die kleine messroom en uiteraard werd gesproken over de reis, welke wel een aantal maanden zou duren. Met Dubbeldam sprak ik af, dat ik voor hem vooral naar Veiligheidsseinen      –TTT (wordt in morse geseind om een veiligheidssein aan te kondigen)- zou uitluisteren en aan hem zou doorgeven. Vanzelfsprekend kon hij dat ook doen, maar in verband met mogelijke tyfoons, waarvoor Midway en Guam TTT gaven, was het voor hem moeilijker deze stations op grote afstand te horen, omdat zijn antenne 'minder uitzicht' had, dan die van mij. De antenne van de 'Straat Banka' was aanmerkelijk hoger en kon dus signalen in de middengolf van grotere afstand ontvangen. Ik nam van allen afscheid, wenste hun een behouden vaart en prettige thuisreis.               

De volgende middag zagen we de Rode Zee vertrekken met op de korte tros HMS 'Australia' er achter. De scheepstoeters bliezen van praktisch alle schepen op volle kracht. Het was een imposant gezicht zo'n kop en kont bootje met een –voor hen- gigant te zien manoeuvreren.

De dag na hun vertrek, was het voor ons zo ver. Tegen de middag maakten we voor en achter en gingen richting zee. Het was schitterend weer, geen wolkje aan de lucht, een flauwe bries, met andere woorden heerlijk vaarweer. Jammer, dat deze toestand maar van korte duur zou zijn. Eenmaal buitengaats zetten we koers naar Brisbane. Ik gaf aan Sydneyradio (VIS) QTO (= ik verlaat de haven) en QRD Brisbane (QRD=ik ga naar….). De andere dag kregen de 'Rode Zee'  in de peiling. De sleep lag nu op de lange tros en hobbelde keurig achter de sleepboot aan. Toen we de sleep passeerden, wisselden we met de seinlamp groeten en wensten hun nogmaals goede vaart. Echter terug in mijn radiohut, hoorde ik net Guam TTT 'windwarning' geven. Ik nam het bericht op en schrok wel even, want de tyfoon kwam met een grote snelheid van de kant van Guam recht op ons af. Nadat ik het bericht binnen had, riep ik de 'Rode Zee' om hen te waarschuwen. Als een sleepboot een sleep heeft, wordt nagenoeg radiostilte gehouden. Dit wordt gedaan in verband met het feit, dat zouden ze hun sleep verliezen, zij geen concurrerende pottenkijkers in hun nabijheid willen zien. Zouden zij wel hun zender gebruiken, dan kunnen ze worden gepeild en, zou er wat gebeuren, dan zou een concurrerende sleepboot ze makkelijk kunnen vinden. Aangezien we de 'Rode Zee' nog enigszins in zicht hadden, riepen we hem op met de seinlamp en verzochten Dubbeldam op de sleutel te komen. Dat lukte meteen. Ik gaf hem de waarschuwing van Guam door. Hij was blij het bericht te hebben en bedankte mij zeer. Zij namen onmiddellijk vaart terug om de tyfoon voorlangs, aan hen voorbij te laten gaan. Wij legden er nog een schepje bovenop, om de tyfoon achter ons te laten. Zowel hun berekening als die van ons was uitstekend. Dat scheen de tyfoon te hebben bemerkt, want toen we dachten, dat we hem zouden missen, veranderde hij opeens van baan en koerste recht op Brisbane af, maakte even boven land een bocht naar bakboord en kwam toen in alle hevigheid weer terug naar zee, recht op ons af.

Doordat de 'Rode Zee' veel langzamer opschoot dan wij, maakte hij kans, dat de tyfoon voor hem langs zou gaan. Wij echter, konden hem niet meer ontlopen. Zelfs het centrum kwam over ons heen. Voordat dat gebeurde kregen we de volle laag van wind en zee. Dat er een 'windje' stond mag wel gezegd worden. We werden in 24 uur een kleine 400 mijl weggezet, ondanks dat we volle kracht draaiden. Een positie bepalen met sextant was absoluut niet mogelijk. Het radiostation werkte echter prima. Elk half uur riep ik Brisbaneradio/VIB op en vroeg hem: 'pse QTG 454 kHz after 1 minute and rpt for 3 more minutes' (aub geef na 1 minuut mijn roepnaam en eindig met een streep van 10 seconden en herhaal dat gedurende 3 minuten). Ik 'kroop' –lopen was nauwelijks mogelijk- dan naar de kaartenkamer naar de richtingzoeker. Voor het gemak was aan de wand een gordel gemaakt, waarin je kon gaan staan –meer hangen- en dan maar proberen een gemiddelde te behalen. Naast mij 'stond' de vierde stuurman, die telkens op mijn 'stop' het girokompas moest aflezen. Na circa 12 keer peilen op Brisbaneradio kon ik een gemiddelde berekenen. Dat die schuit tekeer ging bleek wel, want we maakten schuivers van 40° en zelfs meer. Het lukte steeds onze positie ten opzichte van Brisbane te bepalen. De lengte konden we schatten aan de hand van het verschil van de tijd, welke de chronometer (=tijdmeter) aangaf en de scheepstijd (ca. 8 uren verschil met UTC=GMT). Dubbeldam van de 'Rode Zee' nam peilingen op ons en zo wisten we beiden, waar we zo ongeveer zaten.

Enige tijd voordat het centrum –het oog- ons zou bereiken, hoorde ik MAYDAY MAYDAY MAYDAY. De noodoproep kwam van een Australische kustvaarder, die in ernstige moeilijkheden verkeerde. Ik riep Dubbeldam op en gaf hem het noodbericht van die coaster.

Wat er toen gebeurde hou je niet voor mogelijk. Kapitein Kalkman van de 'Rode Zee' liet de kruiser 'Australia' schieten. Op de kruiser waren drie runners geplaatst, die het maar moesten zien te redden. Een geluk hadden zij, de windsterkte aldaar was minder dan die in onze positie. De 'Rode Zee' ging op de Australische kustvaarder af. Hoe ze deze hebben gevonden is een raadsel, maar ze wisten vast te maken en zetten koers naar Brisbane. Door steeds peilingen op Brisbaneradio te nemen en de 'Rode Zee' op ons, koersten onze beide schepen op Brisbane af.

Toen we in het oog van de tyfoon kwamen, was het bijna niet mogelijk een gemiddelde peiling vast te stellen, zo ging het schip te keer. In het oog van een tyfoon, komt de zee van alle kante aanstormen. Het is dan ook begrijpelijk hoe zo'n schip heen en weer wordt geslingerd. Onze arme passagiers, ze waren allemaal zeeziek. Als je beneden kwam werd je misselijk van de lucht. Gegeten werd door de passagiers  in het geheel niet. Al peilende wisten wij na 52 uren strijd Caloundrahead te bereiken en voeren Brisbane river op. Tijdens de passage van de tyfoon over Brisbane heeft het zo geregend, dat de rivier enorm was gezwollen. Er stond dan ook een stroom van jewelste. We draaiden volle kracht, maar maakten niet meer dan een knoop of 10, terwijl op volle vaart een snelheid van 18 knoop werd gehaald. We kwamen heelhuids voor de kant, maar dat heeft heel wat voeten in aarde gehad. Het was zeer riskant, omdat de boeg van het schip recht op de stroom moest blijven. Had de stroom de boeg aan bakboord gepakt, dan was het voorschip met een knal op de kade geramd. Kreeg de stroom het schip aan stuurboord, dan kon je er donder op zeggen, dat we dwars over de rivier zouden worden gesleurd, met alle gevolgen van dien. Toen we eindelijk vastlagen –zeven trossen voor en zeven achter, alsmede een dubbele spring naar voren en naar achteren, zagen we op de kade, ongeveer driekwart mijl voor ons, het ms 'Sinabang'/PHMW van de KPM liggen, op punt van vertrek. De kade, waaraan de 'Sinabang' was gemeerd, lag op een eiland in de rivier, dwars op onze kade. Toen de 'Sinabang' los was, schrokken we ons wild. De stroom pakte het schip meteen en dwarsuit werd het schip de rivier af gezet. De motoren draaiden volle kracht achteruit en op ongeveer een halve mijl afstand van ons kreeg men het schip onder controle. Het was een groot geluk, dat ongelukken uitbleven.

We lagen nog niet vast of we werden bestormd door een groep journalisten, die alles wilden weten over het noodverkeer van de Australische coaster. Ze kregen het hele verhaal uitgebreid en de andere morgen, toen de krant aan boord kwam, stond op de voorpagina met grote koppen in smoutletters –enorm grote letters- 'Dutch tug 'Rode Zee' saved Australian coaster ……. from disaster during tyfoon'. Een uitgebreid verslag gaf de gehele toedracht tot in de kleinste details.

Een of twee dagen later kwam de 'Rode Zee' met de Australische coaster binnen. Het schip werd onmiddellijk afgemeerd. De 'Rode Zee' was nog niet los of men koerste op volle kracht weer de rivier op naar open zee om de sleep –de kruiser HMS 'Australia'- weer op te zoeken. Dat lukte vrij vlot, er werd vastgemaakt en de reis van hen naar Engeland werd voortgezet, alsof er niets was gebeurd.

Na ongeveer een week vervolgden wij onze reis met bestemming Surabaya. De 'Rode Zee' hebben we niet meer gehoord. Wel heb ik later van PCH –Scheveningenradio- gehoord, dat zij goed in Engeland zijn aangekomen. Hollands Glorie heeft zich ook nu weer van haar beste zijde laten zien. Voor kapiteins zoals Kalkman en al die anderen kan je gerust je pet afnemen.

Oss, 6 september 2001

 

 

       

 

 

 

 

 

 

 

Ing. H.C. Polak

 ms Hudson                                     

 XXX CQ DE …………

(xxx is een spoedsein; cq betekent: aan allen; de=van)

Mijn laatste reis heb ik gemaakt op de sleepboot 'Hudson'. Dit was -op een bijzonder schip- mijn leukste reis. Al mijn reizen maakte ik op passagierschepen met alle luxe die je kon bedenken. Het ene schip was nog mooier dan het andere. Ze behoorden tot de K.J.C.P.L. Na mijn twee jaar Verre Oosten, werd ik -na verlof- op schepen van de My. Nederland geplaatst. Ook daar weer alle luxe. Tenslotte de sleepboot 'Hudson'/PEUJ. Je kan wel zeggen, dat het een enorme overgang was, van passagierschepen naar een sleepboot. Wat de gezelligheid betreft wint de sleepvaart het. De kapitein, Kalkman, toen 27 jaar oud, de eerste stuurman 23 jaar oud, de sparks 26 jaar. De enige even boven de 50 jaar, was de hoofdwerktuigkundige. Het zou maar een korte reis worden, van Maassluis naar Liverpool om een graanelevator op te halen.

Het werd voor mij een onvergetelijke reis. Jammer genoeg was ik in deze de hoofdpersoon. Je zou bijna zeggen: "Eigen roem s…….".

De avond voor vertrek –in september 1956- reisde ik van Den Helder, waar ik toen woonde, naar Maassluis. Het weer was uitermate slecht, stormachtige wind en fikse buien. Ik kwam in het donker in Maassluis aan. Bij het schip aangekomen, was alles pikdonker, geen sterveling aan boord. Gelukkig kon ik de wachtsman vinden, die er voor zorgde, dat ik aan boord kon. In mijn hut aangekomen vond ik alles even kaal. Geen opgemaakte kooi, geen handdoeken en bovendien was het er kil en vochtig. Het enige wat ik kon doen, was op mijn kooi gaan liggen en slapen. Ik werd om 7 uur wakker door stemmen. De bemanning kwam aan boord en daarmee leven in de brouwerij. In de messroom stond het ontbijt klaar en daar ontmoette ik de equipage en maakten we kennis met elkaar.

Om tien uur werd losgegooid en voeren we naar de boei om de kompassen te kalibreren. Zo tegen 13 uur werd koers gezet naar Hoek van Holland. Gezien het feit, dat het alweer etenstijd was ging ik naar de mess, waar een heerlijke snert met drijfijs werd opgediend. Ik kon er niet genoeg van krijgen, maar na het derde bord moest ik het voor gezien houden. Intussen kwamen we tussen de pieren van de Hoek en kon al enige zeegang worden gevoeld. Net buiten de pieren ging het mis. De wind was intussen aangewakkerd tot een 7á 8. Nog voor we evenwel goed buitengaats waren hing ik al over de railing en weg was de snert. Op geen enkel schip was ik ooit zeeziek geweest. Van ellende ging ik maar naar mijn kooi om de zaak even rust te gunnen. Ik dacht, laat ik nu maar frisse lucht naar binnen laten komen, dat helpt. Dus maakte ik de knevels van de patrijspoort boven mijn kooi los en… de poort sprong gelijk open en meteen golfde er een halve Noordzee naar binnen. Het water stond meteen een centimeter of 3 in mijn hut. Nog nooit werd een poort zo snel vergrendeld. Op al mijn vorige schepen was ik gewend aan ramen, die zich 24 meter boven de zeespiegel bevonden. Op dit schip lag de poort bijna op de waterlijn. Gelukkig hielp de bediende van de messroom de hut droog te soppen. Mijn matras werd geruild en beetje bij beetje werd de hut weer normaal bewoonbaar. Ben toen toch nog maar even gaan liggen. Om een uur of zeven kam de kapitein me wakker maken. Hij moest nodig bellen met Maassluis.

Ik zei hem nog, dat hij me gerust eerder had kunnen laten roepen, maar dat had hij niet nodig gevonden. Hij kreeg Maassluis via PCH (Scheveningenradio) vrij snel aan de lijn. Het gesprek duurde ook niet lang en ik was blij met de gedachte weer naar kooi te kunnen.

Gedurende de verbinding met PCH had ik ook mijn tweede ontvanger volgens gewoonte op de 500 kHz (internationale nood- en oproepfrequentie) aanstaan. Toen het gesprek was beëindigd en de verbinding met PCH was afgebroken, wilde ik onmiddellijk de installatie uit zetten. Ik was er nog niet mee begonnen of ik hoorde op de 500 kHz een XXX (spoedsein), afkomstig van een Costaricaanse tanker. Hij meldde, zijn schroef te hebben verloren en dreef in een zware storm stuurloos rond. Zodra hij klaar was met zijn bericht, riep ik hem, maar jammer genoeg hoorde hij mij niet. Mijn noodontvanger stemde ik af op 454 kHz (een van de werkfrequenties voor schepen) en hoorde hem werken met een Duits schip. Op een geschikt moment gaf ik BK (break; wordt gebruikt om te interrumperen) en vroeg in mijn netste Duits aan de Duitse collega: 'Bitte QSP nach ….. (kosteloos overnemen). Het "voortreffelijke" Duits had geholpen en hij gaf QRV (ik ben er klaar voor). Daar ging ik: "Here powerful tug Hudson/PEUJ 3000HP coming to your assistance stop please accept our contract on Lloyds open form (no cure no pay) stop our ETA (expected time of arrival) three hours". Hij gaf AS (.-…; wacht even). Ik hoefde niet lang te wachten. Hij kwam terug met: "accepted". Toen de verbinding verbroken was, gaf ik een brul naar de brug (± 5 meter voor de radiohut): "heb contract met een Costaricaanse tanker". Nog geen 5 minuten later was er al een kratje bier op de brug en werd op de zaak geklonken. Op de 500 kHz hoorde ik nog een sleepboot roepen naar die Costaricaan. Het was notabene de "Turmoil", de beroemde Engelse sleepboot met de vermaarde sparks, die een aantal jaren daarvoor het contract met de "Flying Enterprise" tot stand had gebracht. Een oude rot in het sleepbootwerk dus. Kan je nagaan hoe ik me voelde, dat ik deze man te vlug af was geweest. Enfin, dus met de kapitein naar de kaartenkamer. Inmiddels was de Hudson op tegenkoers gegaan en begon het lieve leventje van slingeren en stampen weer. Voor het op tegenkoers gaan, waren we namelijk al in het Kanaal van Bristol, waar de bewegingen van het schip aanmerkelijk minder waren geworden. In de kaartenkamer bekeken we de posities van de Hudson en die van de Costaricaan en kwamen tot de ontdekking, dat ik die 3 uren varen lichtelijk had overdreven; het had 3 dagen varen moeten zijn, met andere woorden: ETA  three days.

'We gaan er toch op af', zegt Kalkman, 'tenzij je de 'Zwarte Zee' kunt bereiken. Die ligt inderdaad op 3 uren gaans van die schuit'.

Hoe jammer dat ook was, ik roepen naar de 'Zwarte Zee/PIZP' , maar dat lukte niet zomaar. Na een tijdje roepen, gaf ik het op. Ik riep PCH en vroeg de 'Zwarte Zee' op de traffic list te zetten of hem te waarschuwen, dat wij hem riepen. De traffic list (verkeerslijst), is een lijst, waarop de schepen staan vermeld, waarvoor PCH berichten heeft. De schepen luisteren op de daarvoor vastgestelde tijden naar deze lijst en horen dan, dat er voor hen berichten zijn. Ik had geluk, want een kwartier later kreeg ik hem op de sleutel. Hij had PCH geroepen voor een gesprek. Na het gesprek kreeg hij te horen mij te roepen, hetgeen hij prompt deed. Ik vertelde het verhaal aan hem en je kon hem zien lachen, want welke sleepboot sparks zou niet lachen, als hij een kant en klaar contract krijgt toegeschoven.

Ik hoorde de 'Zwarte Zee' naar de Costaricaan roepen. Hij kreeg onmiddellijk antwoord en bevestiging, dat het contract naar hem overging. Ik ging naar de brug en zei tegen Kalkman: 'Het is gelukt, we kunnen de kalmte weer opzoeken'. We gingen meteen weer op tegenkoers: richting Kanaal van Bristol. Ondanks, dat we in rustiger water kwamen, gingen we toch nog behoorlijk tekeer. Dat dit zo was, bleek wel toen we bij 'Bar lightvessel' –bij Liverpool- de loods aan boord kregen. Hij was nauwelijks op de brug of hij werd zeeziek. Gelukkig kon hij het redden zonder over de railing te moeten hangen.

Na een paar dagen Liverpool werd de terugreis aanvaard. Deze verliep uiterst rustig, mooi weer en nauwelijks zeegang. Wanneer gesleept wordt heeft de sparks het rustig. Slechts het nemen van een weerbericht is nodig en verder alleen een telefoontje met Maassluis op de gegeven tijden.

In Maassluis aangekomen, kwam de inspecteur van Smit aan boord. Uiteraard was hij geheel op de hoogte van het gebeuren. Hij deelde mij mede, dat de 'Zwarte Zee' inmiddels in Cowes –eiland Wight- was aangekomen en dat de tanker goed was afgeleverd.

Gezien het zo snel tot stand komen van een contract via via, zei hij, dat de maatschappij mij onmiddellijk in dienst wilde nemen. Ik vroeg hem of dat dan in de bergingsdienst kon, want dat ik weinig voelde voor de lange trip. Ik liet hem ook weten, dat PCH mij reeds had aangenomen. Hij zou me laten weten of dat kon lukken. Na enige dagen echter, moest hij tot zijn spijt laten weten, dat men dat ten opzichte van de collega's niet kon realiseren. Dus: einde sleepboot 'tijdperk'. Het was voor mij een onvergetelijk gebeuren geweest. 

Op 25 september 1956 kwam ik in dienst van Scheveningenradio en heb daar een aantal jaren met veel genoegen gewerkt.

Oss, 23 augustus 2001

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het bezoekje aan het museumschip-Hudson en het sleepvaartmuseum

We kwamen in een ruimte terecht waar vroeger de hutten waren. Die hutten zijn weggehaald om bezoek te ontvangen. Er werd verteld over de geschiedenis van de Hudson. De Hudson hoorde eerst bij NV Internationale Sleepdienst Maatschappij. De Hudson had al veel gevaren waardoor die naar de sloop zou moeten worden gebracht. Dat gebeurde uiteindelijk niet. Er was een man die de Hudson kocht. Hij maakte er een ijsfabriek van. Hij haalde alles eruit om er ijsmachines in te zetten. Met die ijsmachines werd schilferijs gemaakt om daar vis in te bewaren. 25 jaar lang heeft de Hudson als ijsfabriek gebruikt, daarna was het weer klaar voor de sloop. Dat is uiteindelijk wéér niet gebeurd. Door een paar fanatiekelingen is de boot gekocht en in zijn oude staat herstelt. Nu blijft de Hudson bestaan door sponseringen en door rondleidingen die er worden gegeven!
We hebben er ook een rondleiding gehad. We kregen de stuurhut, het voordek, de hutten, de opslagruimtes, de machinekamer en de kombuis te zien. Er werd uitgelegd wat ze waar deden en hoe alles werkten.De rondleiding door de Hudson vonden de meeste leerlingen leuk, de geschiedenis die daarvoor werd verteld begon bij sommige leerlingen te vervelen. Iedereen is toch positief van de boot af gekomen en sommige gaan zelfs met de furiade nog een keer een kijkje nemen op de Hudson!
Na op de Hudson te zijn geweest, gingen we naar het sleepvaartmuseum. We werden weer in een ruimte ontvangen waar we heel even onze tassen konden neer zetten en even konden rusten op heerlijke ouderwetse stoelen. Al snel werden we meegenomen naar een ruimte met allemaal foto’s en vitrines met schepen erin. Er waren ook duikpakken, ankers en scheepsbellen. Er werd overal over verteld; over de schepen, hoe ze werkten, wat ermee gedaan werd en de geschiedenis ervan. Dat werd de meeste leerlingen een beetje te veel. De rondleiding door het museum vonden de leerlingen dus niet leuk. Ze vonden de uitleg een beetje saai worden, maar toch vonden ze het ook interessant!

Ilona van der Zwan.

 

 

 

 

 

 

 

 

mrb Dorus Rijkers (1923)
- De oude 'Dorus Rijkers' reddingboot -

De redding van het ss Lilian

Onlangs verwierf ik onderstaande briefkaart:

Aan de achterkant staat met zwarte inkt geschreven 's/s "Lilian" in Den Helder'.
Met potlood staat er: Hudson + ??

Verder geen gegevens.

Ik vermoedde dat met de Lilian wellicht het deense ss Lilian werd bedoeld dat in januari 1947 strandde op de Keizersbult (Noorderhaaksgronden), daarna een slag in de rondte maakte en daarna van de Keizersbult los raakte en op de Razende Bol verdaagde. In meerdere diensten werd de bemanning door de mrb Dorus Rijkers van boord gehaald.
Na het lossen van de lading pijpaarde (en geen rijpaarden zoals in de krant stond) is de boot na enige weken losgekomen.

De bemanning van de Dorus werd geëerd met de grote zilveren resp. bronzen medaille met getuigschrift.

Van de diverse tochten van de mrb Dorus Rijkers (1923) naar de Lilian zijn vele schilderijen bekend.

http://www.wvdwal.dds.nl/DR/1956%20JaarsmaDorusLilian_1%20640%20br.jpg

H.A. Jaarsma (1956): De Dorus op weg naar het ss Lilian. Een van de vele die Haaike van deze redding maakte.

Op de kaart lijkt het inderdaad om het Nieuwediep te gaan met rechtsachter het forteiland Harssens.
Aan de kade liggen een aantal marineschepen, wrs zijn er hier in Den Helder wel mensen die weten welke.

De vraag was: Is het ss dat door twee (stoom?)sleepboten binnen wordt gebracht het deense ss Lilian dat in januari 1947 strandde en welke is de andere sleepboot?

Het raadsel was snel opgelost.
In De Reddingboot nr. 64 (april 1948) worden de diensten van de Dorus naar de Lilian beschreven. Ik moet deze bechrijvingen nog invoeren op [www.dorusrijkers.nl].

Op [museumschiphudson] staat de stranding en de redding van de Lilian ook beschreven. Volgens deze bron hebben de sslb Hudson en de sslb Maas van L. Smit & Co Internationale sleepdienst Mij. (Rotterdam) de klus geklaard.

In het boek 'Redden en bergen bij nacht en ontij' van Ger van der Burg & Wim Kalkman wordt deze stranding ook beschreven: '6 - Een Deen op de Keizersbult' (blz. 24-26).
Daar wordt vermeld dat de tweede sleepboot de Blankenburg was.
Bij onderstaande foto uit dit boek wordt echter gesproken over : De Lilian achter de sleepboot MAAS in de haven van Den Helder, aan de kade de reddingboot DORUS RIJKERS'.
Ik houd het dus maar op de sslb Maas als de tweede slb.

Als ik de foto's goed bekijk, dan is het inderdaad de sleepboot Maas. Deze Maas kwam in 1936 bij L Smit & Co's Internationale Sleepdienst in bedrijf. En was de 3e die de naam Maas kreeg. Het schip kwam van de Nederlandse Stoomsleepdienst v/h van P Smit jr. Deze hadden haar laten bouwen bij Piet Smit in Rotterdam. In 1931 werd zij afgeleverd en kreeg de naam Afrika. Ze had een 3 cil. triple expansie machine met een vermogen van 350 pk. Afmetingen van het schip waren 28.57 m Lang, 6.53 m Breed, holte van 3.10 m en een diepgang 2.79 m. Ze was 157 brutto reg.ton. In 1940 werd zij door de bezetter gevorderd en kwam toen eerst in de vaart als LAZ 44 en daarna als ZRD 20 (Zeereddingsdienst). Het schip overleefde de oorlog en kwam weer bij L Smit in dienst.In 1953 kreeg ze weer een nieuwe naam nu Waterweg. Lang heeft zij daarna niet meer voor Smit gevaren. Na enkele jaren werd zij verkocht en kwam onder Italiaanse vlag, kreeg de naam Sicanus. Haar thuishaven werd Palermo.
groet arij

door Wybe van der Wal.

 

Disclaimer

De informatie op www.museumschiphudson.com is met grote zorg samengesteld. De ervaring heeft echter geleerd dat het ondanks de betrachte zorgvuldigheid kan voorkomen dat de informatie op deze website verouderd is of onjuistheden bevat. De "Stichting Help de Hudson" aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor enige schade ontstaan door het gebruik van de informatie op deze website.       

Contact: i

W. van der Linde

iinfo@museumchiphudson.com